Quote

 

 "Als het klopt dat we het stijgende kwik niet meer kunnen afremmen, dan moet alles worden ingezet op het voorbereiden van een toekomst die bestand is tegen de effecten ervan"

 

(B. Sturtewagen, DS, 27-28 november)

 

Project 00 - Kustbeschermingsplan

  • Strandophoging en duinverbreding.
  • Inlaagdijken in het achterland. 
  • Continuering van de zeewering in de havens. 
  • Stabiliteit van de zeewering bij overstroming van de zeewering.

Periode: nu starten (2010)

 

Voor de 10 projecten van start kunnen gaan, moet werk gemaakt worden van het verzekeren van de veiligheid van de kust, op korte termijn. Het kustverdedigingsonderdeel van Vlaamse Baaien loopt in eerste fase parallel met het Geïntegreerd Kustveiligheidsplan en biedt een natuurlijke zandige zeewering, in harmonie met de natuurlijke processen die op flexibele manier kunnen wisselwerken met de (veranderende) klimaatsomstandigheden.


 

Vlaamse Baaien 2100 verlegt de tijdshorizon naar 2100; er zal dan meer zand nodig zijn om het beoogde veiligheidsniveau te behouden. We stellen voor reeds nu meer zand aan te brengen waarmee een brede, natuurlijke kustlijn gecreëerd kan worden. Hierdoor zal de kust in staat zijn om langer bescherming te bieden (ook in het geval van een toenemende zeespiegelstijging) en grotere extremen op te vangen. Ook zal de flexibiliteit van het kustonderhoud en de aanwezigheid van natuur aan de kust toenemen doordat (buiten de havens) minder artificiële constructies nodig zijn.



 

Voor een uniforme beveiliging van het bestaande patrimonium en van de bestaande zeewering tegen een storm met een terugkeerperiode van 1000 jaar en een zeespiegelstijging van 1m, zal er op korte termijn een programma voor zandsuppletie moeten worden opgezet. Met een vooroeversuppletie wordt zand op de rand van de buitenste zandbank aangebracht. Hierdoor wordt het kustprofiel in zijn geheel versterkt en zand aan het kustsysteem toegevoegd. Een deel van dit zand zal door natuurlijke processen op het strand terecht komen. 

Om dit veiligheidsniveau te bereiken hanteren we een richtinggevend volume van 500 tot 1.200 m3 per lopende meter kust. Die waarden stroken goed met de Nederlandse suppletieplannen van Rijkswaterstaat. Hiervoor suppleert Nederland in Zeeland ongeveer 600 m3/m in 2009 (waarvan bijna 75 procent met onderwatersuppleties zoals in De Haan) voor het handhaven van de zogenaamde basiskustlijn (BKL) op de norm van een keer per 4.000 jaar.

 

Natuurlijke kustbescherming steunt bij Vlaamse Baaien op 3 peilers:
(i) Zand als natuurlijk bouwmateriaal
De Vlaamse kust is door de harde structuren haar veerkracht kwijtgeraakt om dynamisch te kunnen reageren op de wisselende en toekomstige hydrodynamische belastingen. Ze is een achteruitgetrokken, “Squeezed Coast” geworden. Vlaamse Baaien stelt voor om terug ruimte te geven aan een natuurlijke kustverdediging: een brede strand- en duinreep met verbreed droogstrand die niet alleen een goede kustbescherming biedt, maar tevens weer ruimte geeft aan zowel natuur als mens.
(ii) Een breed strand dat ruimte geeft aan mens en natuur
Vlaamse Baaien 2100 stelt voor om de referentielijn van de kustverdediging zeewaarts te verleggen. Daardoor ontstaat er een extra buffer tegen stormschade en wordt er bijkomende ruimte op het droogstrand gecreëerd voor natuur of voor horecaterrassen en activiteiten.

Het kustbeschermingsplan met strandophoging en duinverbreding leidt tot een lage duin voor de dijk, waarbij het zicht van de dijk naar de kust bewaard blijft, maar waarbij de dijk wel beveiligt tegen stormen.


 

 Bijgevolg ontstaat er een breed strand met als mogelijke meerwaarde ruimte voor attracties, zeestadsparken, duinenzones, natuurgebieden, …



(iii) Een gezond en stabiel ecosysteem door gebruik van fijn zand

 

Vlaamse Baaien 2100 stelt voor om de stranden aan te leggen met het fijne zand (180-250 µm) dat aanwezig is op de stort- en zandwinlocatie S1. Dit fijne zand biedt een aantal voordelen:
·         Natuurlijk strandzand: Het fijne zand komt overeen met het oorspronkelijk strandzand. Een fijner strandvreemd zand riskeert te veel verliezen te genereren. Een grover strandvreemd zand zal het oorspronkelijk biotoop grondig wijzigen, het evenwichtsprofiel versteilen en de biodiversiteit verminderen. De biodiversiteit dient daardoor bij gebruik van grof zand elders gecompenseerd te worden.
·         Natuurlijke dynamische duinen: Fijn zand op het strand zal opwaaien en is daardoor in staat om de achterliggende duinen te voeden en zo de natuurlijke kustverdediging te onderhouden. In secties waar geen plaats is voor duinen kan het zand vastgelegd worden met bijvoorbeeld helmgras.
·         Breed intergetijde-strand: Hoe fijner het zand, hoe flauwer de evenwichtshelling onder water is en hoe breder het intergetijdegebied en de vooroever. Een breed intergetijde-strand is een belangrijke voedselbron voor vogels en vissen.
·         Gebruik stort- en zandwinlocatie S1: Het zand in stort- en zandwinlocatie S1 (180-250 µm) werd in het verleden gewonnen bij onderhouds- en uitbreidingswerken van de havens en de vaargeulen. Het winnen van zand op de stortplaats betekent dat natuurlijke bronnen (zandbanken,…) minder moeten aangewend worden en de natuur op zee zodoende minder belast wordt.

 

 

>> Terug naar De Projecten


~ Van een smalle, harde naar een brede, zachte kust ~